Vragen aan FDW in Knack – lees hier het interview

gepubliceerd op 19 juni 2014 om 19:31

Had u niet beter uw degelijk programma op een doordachte manier gepresenteerd in plaats van partijmiddelen te verprutsen aan Hummers en infantiele computerspelletjes die men onmogelijk au sérieux kon nemen? (Erik Jagers, Aartselaar)

Filip Dewinter: Ik begrijp uw vraag, maar u beseft blijkbaar niet hoe de media functioneert. Naast het politiek cordon sanitaire is er ook een cordon médiatique. Mocht het Vlaams Belang op dezelfde manier behandeld worden als de andere partijen, dan zouden we niet moeten stunten of provoceren om in te breken in de campagne. Een voorbeeld: ik heb vier weken voor de verkiezingen mijn boek ‘Vuile blanken, Anti-Vlaams racisme, Het Laatste Taboe’ voorgesteld, een zeer interessant inhoudelijk werkstuk met een andere kijk op racisme. De persaandacht? Nihil! Hetzelfde geldt voor ons ‘Zwartboek Vlaamse regering’ of het boek van Gerolf Annemans ‘Van loopgraven naar republiek’. Maar enkel als ik een videospel lanceer of een stoute uitspraak doe, krijg ik aandacht. Van die momenten moet ik dan profiteren om mijn argumenten naar voor te brengen. De strategie van de gecontroleerde provocatie is spijtig genoeg de enige mogelijkheid om het Vlaams Belang in de media aan bod te laten komen.

Vindt u dat een bedrijf systematisch minder gekwalificeerde Vlaamse sollicitanten mag aannemen in plaats van niet-Vlaamse sollicitanten die de job beter zouden uitvoeren? (Alain de Raymond, Eke)
Dewinter: Ik wil er eerst en vooral op wijzen dat de Vlaamse overheid in de praktijk het omgekeerde doet. Als twee kandidaten bij een sollicitatie gelijk gekwalificeerd worden, dan krijgt de allochtoon voorrang. Voor een job bij de Vlaamse overheid vind ik dat bekwaamheid en uiteraard het beschikken over onze nationaliteit de enige criteria moeten zijn. Huidskleur of afkomst mag daarbij geen rol spelen. Maar een ondernemer in de privé moet het profiel van zijn werknemers wel helemaal zelf kunnen bepalen. Als hij vindt dat een autochtone vertegenwoordiger beter geschikt is om pakweg veranda’s of auto’s te verkopen dan een allochtoon, dan mag hij voor mijn part afkomst als een criterium gebruiken bij de sollicitatieprocedure.

Mocht er geen toekomst meer zijn voor u in België, zou u dan emigreren? (Habibi Shaziea, Oostende)
Dewinter: Ik weet wel dat ikzelf de aanleiding gegeven heb tot dit soort vragen door mijn boutade dat ik naar Namibië zou verhuizen wanneer Elio Di Rupo (PS) premier zou worden. Maar eerlijk gezegd denk ik niet dat ik ooit zal emigreren. Ik ben hier geboren en getogen, heb hier vrienden, familie en kennissen. Er zal hier altijd een toekomst voor mij zijn, misschien niet als burgemeester of minister-president, maar mijn politiek engagement blijft bestaan. Dat zal je trouwens ook merken aan al mijn partijgenoten die niet meer verkozen zijn. Zij zullen als militant politiek actief blijven, net zoals ik ook vroeger actief was toen ik nog niet in het parlement zetelde. Voor mij zijn Namibië en Zuid-Afrika prachtige landen om op vakantie te gaan, maar daar houdt het op. De Afrikaners hebben hun strijd daar, ik de mijne hier.

Kan u uw collega’s in de Kamer met een andere huidskleur recht in de ogen kijken na uw uitspraak over de ‘verbruining’? (Bart Lahcen, Kruibeke)
Dewinter: Natuurlijk. Die uitspraak was slechts een oneliner waar niet teveel conclusies uit getrokken moeten worden. Ik viseer geen individuen op basis van hun huidskleur. Wij hadden op onze lijsten overigens verschillende kandidaten met een andere huidskleur. Geen enkel probleem… Met die ‘verbruining’ heb ik enkel willen aangeven dat de multiculturele samenleving een veel groter probleem is dan de vergrijzing. Ik kan er toch ook niets aan doen dat ik mij in Schaarbeek of Borgerhout meer in een Arabische kasbah waan dan in mijn eigen land? Trouwens, nu ben ik weer de racist, maar als iemand dezelfde ‘verkleuring’ naar voor schuift als oplossing voor de vergrijzing, zogezegd omdat we jonge migranten zullen nodig hebben om onze economie draaiende te houden, dan kraait er geen haan naar dat woordgebruik. Heel dat gedoe over racisme hangt me de keel uit. De Vlaming is niet racistisch; hij is immigratiekritisch en racisme is een soort morele uppercut om iedereen die de multicultuur en immigratie-invasie afwijst de mond te snoeren.

Vraag van de Week: U vreest dat er na een verjongingskuur niet veel zal overblijven van uw partij. Komt dat omdat de huidige ideeën bekrompen en verouderd zijn en jongeren daar vandaag kritischer tegenover staan? (Margo Claeys, Vilvoorde)
Dewinter: Jongeren hebben inderdaad andere ideeën en we moeten daar zuurstof aan geven. Zo zou ik mij bijvoorbeeld vandaag niet meer verzetten tegen het homohuwelijk, zoals ik 25 jaar geleden wel deed. En uiteraard moet een partij altijd bezig zijn met de verjonging om er de dynamiek in te houden en de continuïteit te verzekeren. Wij hebben enkele talenten naar voor geschoven en misschien hadden we dat zelfs al iets eerder moeten doen. Nu krijgen ze echter de kans om hun degelijkheid te bewijzen. Als ze daarin slagen zullen ze vanzelf wel aan de oppervlakte komen. Zo heeft mijn generatie dat indertijd ook moeten doen onder het voorzitterschap van onze stichter Karel Dillen. Maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. Mensen als Gerolf Annemans, Marijke Dillen, Anke Van dermeersch, Jan Penris of mezelf staan er nog altijd. Je creëert trouwens geen nieuwe boegbeelden door de oudere generatie simpelweg af te serveren. Ik heb vertrouwen in de nieuwe generatie maar nieuwe huizen moeten gebouwd worden op stevige fundamenten.