Tussenkomst FDW in het Vlaamse Parlement over het “rapport Inburgering in Vlaanderen”

gepubliceerd op 30 januari 2014 om 14:32

Vlaams parlement – 29 januari 2014

 

Mijnheer de voorzitter,
Collega’s,

De situatie is niet ernstig, ze is ronduit dramatisch. 1 inwoner op 6 van Vlaanderen is van vreemde afkomst. Bij de kleuters is dit zelfs één op drie. Vooral de concentratie van personen van vreemde afkomst in de stedelijke agglomeraties en het feit dat de situatie vooral bij de jongste generaties nog alarmerender is, moet zelfs bij de grootste voorstanders van de multicultuur en de massa-immigratie vraagtekens oproepen. In steden zoals Genk, Antwerpen, Vilvoorde, Gent en Mechelen zijn respectievelijk 54% (Genk), 42% (Antwerpen), 43% (Vilvoorde), 28,5% (Gent), 28% (Mechelen) van de bevolking en 71,5% (Genk), 68% (Antwerpen), 68% (Vilvoorde), 47,5% (Gent) en 50% (Mechelen) van de jongeren onder de  5 jaar van vreemde afkomst. In een stad zoals Antwerpen stellen we vast dat in het Lager Stedelijk Onderwijs dit schooljaar voor de eerste keer meer dan de helft van de leerlingen moslim zijn.

Dames en Heren,

We moeten niet rond de pot draaien. De cijfers bewijzen het ten overvloede. De massa-immigratie is uitgedraaid op een vijandelijke overname van onze cultuur en van ons land. De gasten hebben het huis overgenomen. Niet meer maar ook niet minder dan dat. Indien we deze situatie blijven tolereren – een extrapolatie toont aan dat binnen 10 tot 20 jaar een meerderheid van de bevolking in onze grote steden van vreemde afkomst zal zijn – dan zijn we niet langer baas in ons eigen land. Het is zeer de vraag hoelang de bevolking dit allemaal nog blijft tolereren. De kostprijs van de immigratie is immers torenhoog en het zijn de autochtone Vlamingen die de rekening betalen. Per Vlaams gezin kost de immigratie ons jaarlijks 1.500 euro. In de sociale huisvesting wordt een kwart van de woningen toegewezen aan vreemdelingen. 17,7% van de werklozen zijn vreemdeling. De kwaliteit van het onderwijs daalt naargelang het aantal vreemdelingen stijgt. In een stad als Antwerpen zijn 65% van de leefloners vreemdeling. Hoelang bestaat hiervoor nog een financieel, socio-economisch en democratisch draagvlak?

Mag ik nogmaals het voorbeeld van Antwerpen aanhalen? Herhaaldelijk werd de voorbije jaren gesteld dat de leegloop van Antwerpen een feit was en dat de bevolking opnieuw toeneemt. Dat klopt. Helaas biedt de toename van de bevolking weinig meerwaarde. Het betreft vooral verpauperde, arme en laaggeschoolde vreemdelingen. Terwijl er in Vlaanderen op 1.000 inwoners 3,8 een leefloon ontvangen, is dit in het multiculturele Antwerpen 8,6%. Maar liefst 87% van de Antwerpse leefloners spreekt niet of nauwelijks Nederlands. Het gemiddelde inkomen van een Antwerpenaar ligt inmiddels 16% lager dan het Vlaams gemiddelde. Maar ondertussen leidt de bevolkingstoename wel tot een hogere kostprijs van de dienstverlening. In het Antwerpse onderwijs bijvoorbeeld moesten al 5.300 plaatsen extra worden gecreëerd. Ook dit jaar worden nog 2.700 extra plaatsen voorzien. De toename van de bevolking kost geld maar brengt nauwelijks wat op. Een niet onbelangrijk deel van deze vreemdelingen, mensen van vreemde afkomst, profiteren van de voordelen die ze hier kunnen krijgen via onze sociale zekerheid. Het zijn geen meerwaarde- immigranten maar voornamelijk hangmat-immigranten die hier voor zichzelf en voor hun kinderen een beter bestaan zoeken maar wel op kosten van de Vlaamse belastingbetalers.

Dames en Heren,

De vraag is: hoe moet het verder? Beperken we ons tot de uitgebreide analyses van het vele cijfermateriaal? Verwonderen we ons – zoals minister Bourgeois doet – over de snelle evolutie van de toename van het aantal vreemdelingen en mensen van vreemde afkomst in de hoop daarmee de publieke opinie te sussen? Sluiten we vervolgens af met de ondertussen grijs gedraaide plaat dat we moeten inzetten op meer inburgering en op het leren van Nederlands en dat soort van dingen meer….Of komen we eindelijk tot de conclusie dat vol, vol is. Durven we te pleiten voor een waterdichte immigratiestop? Gooien we onze grenzen dicht voor nieuwe vreemdelingen en durven we onomwonden kiezen voor een ‘aanpassen of terugkeren’ politiek? Men zegt heel dikwijls dat het te laat is om grote groepen van allochtonen te laten terugkeren naar hun land van herkomst. Ik geloof daar niet in. Indien we een kordaat inburgering- en immigratiebeleid voeren – dat uiteraard aan mekaar gekoppeld moet zijn –  en een perspectief bieden betreffende tewerkstelling, huisvesting en zorg in de landen van herkomst van deze mensen, dan ben ik er van overtuigd dat een niet onbelangrijk deel van hen kiest voor re-immigratie naar hun thuisland.

Collega’s,

Een kordaat en volwassen inburgeringsbeleid maakt een essentieel onderdeel uit van een volwaardig en geïntegreerd ‘aanpassen of terugkeren’-beleid. De slachtoffercultuur, waarbij vreemdelingen en allochtonen steeds opnieuw worden afgeschilderd als slachtoffer van discriminatie, moet worden vervangen door een beleid dat hen wijst op de eigen verantwoordelijkheden. Niet EU-vreemdelingen die hier permanent wensen te verblijven moeten verplicht worden een inburgeringsexamen af te leggen, waarbij zij hun kennis van onze taal, cultuur, waarden en normen moeten bewijzen. De vreemdeling die niet slaagt in de inburgeringsproef of die een loyaliteitsverklaring weigert af te leggen, krijgt geen verblijfsvergunning. Een vreemdeling moet naast het afleggen van het inburgeringsexamen ook daadwerkelijk bewijzen loyaal te zijn aan Vlaanderen en door zijn positieve houding duidelijk maken een meerwaarde te willen zijn voor onze Vlaamse samenleving. Indien een manifeste en blijvende onwil tot inburgering wordt vastgesteld, moet via een met alle juridische waarborgen omgeven individuele procedure de verblijfsvergunning van de onwillige vreemdeling ingetrokken worden.