Berichten over jihad

JIHAD IN ANTWERPEN:achter de schermen van de fundamentalistische moslimbeweging.

gepubliceerd op 16 april 2010 om 13:26

Dawah, de eerste stap naar het martelaarschap - Het Antwerpse verhaal

Verschillende extremistische groeperingen zien de moslimminderheden in Antwerpen als een centrale doelgroep. Deze minderheden zijn niet zozeer potentiële medestrijders of ondersteuners van de gewapende jihad, maar ‘onderdrukte broeders en zusters’ die bevrijd dienen te worden van het ‘juk van de westerse verblinding’. Binnen het radicaal islamisme bestaan verschillende opvattingen over hoe dit dient te gebeuren.

Naast organisaties en netwerken die zich toeleggen op dawah (via missionering intensief uitdragen van radicaal islamitische ideologie) staan andere die kiezen voor de jihad (gewapende strijd). Het merendeel van de groeperingen combineren echter beide. De keuze van de dawah-georiënteerde groeperingen voor niet-gewelddadige activiteiten impliceert in vele gevallen niet dat zij zoiets als een principiële geweldloosheid huldigen. Vaak achten zij de gewapende jihad momenteel nog niet ‘opportuun’. Dit kan zijn om pragmatische redenen (de jihad is momenteel contraproductief of is niet mogelijk als gevolg van het overwicht van de tegenpartij), of ook om religieuze redenen (de jihad tegen de ongelovigen kan pas gevoerd worden als alle moslims teruggekeerd zijn tot het ‘zuivere’ geloof). Voorts doen dawah-georiënteerde groeperingen vaak dubbelzinnige uitspraken over de legitimiteit van de gewapende jihad in gebieden waar moslims worden onderdrukt en vervolgd (in hun ogen bijvoorbeeld Kashmir, Tsjetsjenië, Irak of Afghanistan). Gesteund door toonaangevende schriftgeleerden keuren zij een dergelijke vorm van gewapende jihad vaak impliciet goed, hoewel zij ervoor waken dat dit niet ‘openlijk’ gebeurt  uit angst voor de veiligheidsdiensten.

Met name de op dawah gerichte salafistische organisaties en netwerken uit Pakistan leggen sterk de nadruk op ‘herislamiseren’ van de moslimminderheden in het Westen. Hun inspanningen zijn er sterk op gericht de moslims in het Westen zich van westerse waarden en normen te doen afwenden. Zij prediken een extreme afzijdigheid van de westerse samenleving en propageren ‘apartheid’. Zij stellen bijvoorbeeld volledig geïslamiseerde wijken in de grote steden in het Westen voor of streven zelfs naar parallelle samenlevingsstructuren in de vorm van autonome sharia-gebieden, als het ware enclaves die een voorafspiegeling zijn van de ‘ummah’. Deze dient zich in de toekomst immers over de hele wereld uit te strekken, inclusief het Westen. Vooral de extremistische organisaties Jamaat Tabligh, Hizb-ut-Tahrir (HUT), Sharia4belgium en De Middenweg (vroeger ‘Jongeren Voor Islam’) bezondigen zich hieraan in Antwerpen.

Vele moslimjongeren voelen zich geroepen tot deze ideologie, met name omdat het ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen biedt voor de identiteitsproblematiek waar velen van hen mee worstelen. Het radicaal islamisme stelt dat de identiteit (terug)gevonden kan worden in het ‘zuiver moslim-zijn’ en propageert daarvoor een eenvoudig recept. Het stelt namelijk dat men ‘zuiver moslim’ kan worden door al het ‘onislamitische’ uit het eigen leven te bannen en in bepaalde gevallen zelfs te bestrijden. Dit blijft relatief onschuldig als de keuze voor het ‘zuiver moslim-zijn’ betekent dat men zich strikt houdt aan de vele minutieus voorgeschreven, streng puriteinse shariavoorschriften (met betrekking tot kleding, persoonlijke hygiëne, wijze van eten, omgangsvormen tussen man en vrouw, enz.). In vele gevallen vatten echter jonge ‘born-again-moslims’ hun keuze voor het ‘zuiver moslim-zijn’ radicaler op. Het ‘onislamitische’, dat uit hun leven dient gebannen en bestreden te worden, stellen zij gelijk met andere levensovertuigingen, maatschappijopvattingen en vooral de ‘verderfelijke’ westerse samenleving. Volgens hen is de islam verwikkeld in een permanente oorlog met de ongelovigen totdat er hier een islamitische staat is gevestigd op basis van de shariavoorschriften.

Binnen radicale middens van de Antwerpse moslimgemeenschap wordt steeds luider geroepen om de sharia in te voeren. Extremistische organisaties zoals De Middenweg, Sharia4belgium, Jamaat Tabligh en Hizb-ut-Tahrir (HUT) zijn hiervoor verantwoordelijk. “De straf voor overspel is 100 zweepslagen en steniging tot de dood. Als een moslimvrouw een kind krijgt bij een niet-moslim is dit ook zina (onwettige seksuele gemeenschap) en is de straf eveneens 100 zweepslagen en steniging. Er dient dan een fatwa te worden uitgesproken. De kinderen die uit ‘zina’ worden geboren, gaan vrijuit. Zij kunnen er niets aan doen.” Zo klinkt het uit de mond van Farid Zahnoun, alias Abou Anas, topman van De Middenweg. Afgelopen ramadan werden er wekelijks in de moskee zulke uitspraken gedaan tijdens lezingen waar honderden uiterst beïnvloedbare jongeren aanwezig waren. Ook het hoofddoekenverbod wordt uitvoerig besproken tijdens bijeenkomsten. “Als een meisje geen hoofddoek draagt, mag je in haar gezicht spuwen. Als een vrouw zich niet sluiert, moet je haar dwingen om zich te sluieren.” Dit is doodnormaal taalgebruik bij De Middenweg. Je kan bij hen in de moskee ook een ‘lessenreeks’ fiq (islamitische jurisprudentie), sharia dus, volgen. Medeoprichter Farid Zahnoun wordt volgens eigen zeggen begeleid door ‘geleerden’ uit Jordanië. Via hun ‘correspondent’ in Amman, Soelayman ibn Haroen, werden de richtlijnen van De Middenweg strikt uitgetekend door extremistische sjeiks als Said bin Abdul Latif Foudah. Momenteel zou ‘zelfverklaarde’ sjeik Soelayman teruggekeerd zijn naar België. Veel islamitische organisaties en moskeeën laten zich sturen door radicale geestelijken in het buitenland. Bovendien preken er heel wat ‘import-imams’ uit Marokko, Egypte, Pakistan,… in de Antwerpse moskeeën. Het zijn deze mensen die het ‘jihadisme’ uit conflictgebieden zoals Afghanistan en Irak injecteren in de aderen van de Antwerpse moslims.

De nieuwe trend bij de radicale islamisten is het opzetten van een ware ‘religieuze politie’. Jonge moslimextremisten schuimen dan de straten af op zoek naar ‘haram’ gedrag. Islamitische meisjes met een rokje of zonder hoofddoek worden op straat aangemaand om zich zedig te gedragen en zich naar de kledingvoorschriften van de heilige koran te schikken. Pakistaanse eigenaars van nachtwinkels wordt met klem aangeraden om alcohol en sigaretten uit hun rekken te bannen. Marokkaanse straatcrimineeltjes worden aangesproken en uitgenodigd in de moskee. In de ogen van de islamisten zijn deze boeven het slachtoffer geworden van de verderfelijke westerse mentaliteit. In een mum van tijd worden vele van deze criminelen devote moslims die hun leven geven voor Allah. Letterlijk en figuurlijk. Kijk maar naar de woordvoerder van Sharia4belgium, Fouad Belkacem (alias Abu Imran).

De stap van dawah (het verspreiden van de boodschap van Allah) naar de gewapende jihad is zeer snel gezet. En dit wordt juist erg onderschat door de Belgische overheid en politiediensten. Een gematigd moslim kan ‘s morgens een moskee binnenstappen en deze ’s avonds terug verlaten als een gevaarlijk moslimextremist. Zo snel kan het gaan. In vele gebedshuizen en vzw’s zijn uiterst geslepen fundamentalisten actief die van een doodbrave jongeman in een handomdraai een gewelddadige jihadist kunnen maken. De jongeren die op dit moment in Antwerpen worden gerekruteerd, zijn vooral jongeren van Marokkaanse en Pakistaanse  afkomst die in België zijn geboren of op zeer jonge leeftijd naar ons land zijn verhuisd. Ze beschikken vrijwel zonder uitzondering over de Belgische  nationaliteit. Deze jongeren zijn vaak zoekende naar hun identiteit en vinden houvast in een zeer radicaal islamitische geloofsbeleving. De jongeren worden gerekruteerd door immigranten die soms legaal, soms illegaal in België verblijven en die vaak een achtergrond hebben als mujahedeen. Zij hebben veelal religieus-ideologische en militaire trainingen ondergaan in de Afghaanse of Pakistaanse  terreurkampen van Al Qaeda. Onder andere via bezoeken aan orthodoxe moskeeën proberen zij in contact te komen met islamitische jongeren. Ook islamitische centra, theehuizen en vooral ook gevangenissen blijken geschikte locaties te zijn om de eerste contacten te leggen. Nadat het contact is gelegd, wordt de rekruut geïsoleerd van zijn omgeving en verder geïndoctrineerd. Het rekruteringsproces wordt afgerond met een getuigenis voor het nageslacht en een paramilitaire training.

Vooral de Pakistaanse moskee Khatim-Al-Anbia in de Oranjestraat te Antwerpen vormt een groot probleem wat betreft de rekrutering van jongeren voor de ‘heilige oorlog’. De laatste jaren zijn er verschillende Pakistaanse Al Qaeda kopstukken op bezoek gekomen in de moskee. Fazlur Rehman, Azam Tariq en Sami-ul-Haq zijn de belangrijkste onder hen.

Fazlur Rehman is de leider van de Harakat ul-Mujahedeen, die in Kashmir vecht tegen de Indiase overheersing. De beweging wordt door de Verenigde Staten bestempeld als ‘terroristisch’. In 1993 trainde Rehman Al Qaeda militanten in Somalië. Het bloedige ‘Black-Hawk-Down incident’ was het gevolg hiervan voor de Amerikanen. In 1998 spraken Fazlur Rehman en Osama Bin Laden tevens een fatwa uit gericht tegen de VS.
Azam Tariq werd in 2003 gedood door Pakistaanse veiligheidstroepen bij een anti-terreuroperatie. Hij is de oprichter van de soennitische terreurgroep Sipah-e-Sahaba Pakistan. Deze groep is verantwoordelijk voor duizenden moorden op sjiieten en speelt een hoofdrol in het sektarisch geweld in Pakistan. Azam Tariq was ook de woordvoerder van de radicale organisatie Tehrik-i-Taliban Pakistan (Students’ Movement of Pakistan). Deze studentenorganisatie was onder andere het brein achter de bloedige bezetting van de Rode Moskee in Islamabad in juli 2007. Tehrik-i-Taliban Pakistan was ook verantwoordelijk voor enkele recente terreuraanslagen in Pakistan. De kantoren van het ‘UN World Food Programme’ in Islamabad en het hoofdkwartier van het Pakistaanse leger in Rawalpindi waren in oktober 2009 het doelwit. Azam Tariq was een persoonlijke vriend van de Pakistaanse Talibanleider Baitullah Mehsud en Afghaanse Talibanleider Mullah Omar.
Sami-ul-Haq is de leider van de extremistische organisaties Jamiat Ulema-e-Islam en Muttahida Majlis-e-Ama. Hij is tevens de oprichter van de meest fundamentalistische madrassa van Pakistan, namelijk Darul uloom Haqqania. Deze koranschool is gelegen nabij Peshawar vlakbij de Afghaanse grens en staat bekend als kweekvijver van Talibanstrijders. Vanuit de Antwerpse moskee Khatim-Al-Anbia reizen jaarlijks tientallen Pakistaanse jongeren af naar deze madrassa voor een geestelijke en fysieke opleiding in het kader van de ‘heilige oorlog’ tegen het westen.

Onze ex-moslims vragen de Belgische overheid om een strategisch plan uit te werken voor de bestrijding van het moslimextremisme.

Vlaams Comité voor Ex-moslims / People Against Islam
Woordvoerder Peter Velle

 

Toespraak Filip Dewinter op het colloquium “De islam kan uw vrijheid schaden.” 24 september 2009

gepubliceerd op 25 september 2009 om 09:32

fdw-blok-colloquium-fdw

Dames en Heren,

“De islamitische expansie is een feit. Ze wordt door de goddelijke hand gestuurd”. (GVA-25 juni 2009). Dit citaat uitgesproken door een jonge moslima uit het Antwerpse atheneum vat  perfect samen waarom een hoofddoekenverbod noodzakelijk is. Een hoofddoekenverbod heeft niet alleen te maken met het respecteren van de gelijkheid tussen man en vrouw en het verwerpen van de discriminatie van de vrouw maar moet tevens het signaal zijn waarbij een halt wordt toegeroepen aan de islamisering van onze samenleving. De hoofddoek is immers het symbool van de veroveringsdrang van de islam geworden. De hoofddoek is het  propagandawapen bij uitstek ter invoering van een islamitische samenleving in Europa. Wie uit redenen van tolerantie en pluralisme het dragen van de hoofddoek verdedigt heeft weinig of niets van de islam begrepen. De geheime agenda achter de hoofddoek leidt naar segregatie, naar een cultureel, maatschappelijk en religieus apartheidsregime waarbij de islam onze beschaving wil controleren en uiteindelijk overheersen. verder lezen »

 

Tussenkomst op extra gemeenteraad i.v.m. incidenten en rellen AEL-betogingen.

gepubliceerd op 13 januari 2009 om 11:01

Mijnheer de Burgemeester,

Laat mij maar direct met de deur in huis vallen. U hebt geblunderd! De aanpak van het stadsbestuur naar aanleiding van de AEL-betoging op 31 december 2008 was een miskleun van formaat. Hoe is het mogelijk dat een organisatie met een dergelijk verleden toelating krijgt om op oudejaarsdag in het centrum van deze stad te betogen zonder dat er voldoende maatregelen worden genomen om rellen en incidenten uit te sluiten of op zijn minst in te perken? De AEL laten betogen op enkele honderden meters – in vogelvlucht – van de joodse wijk zonder politieomkadering, zonder eigen ordedienst en zonder duidelijke afspraken is vragen om problemen. Die problemen zijn er uiteraard ook gekomen…Autoruiten, straatmeubilair en winkelvitrines dienden er aan te geloven. verder lezen »