Opzichtige moskeeën en minaretten

gepubliceerd op 12 november 2007 om 14:30

 

Vlaams Volksvertegenwoordiger Filip Dewinter dient in het Vlaams Parlement een voorstel van decreet in tot wijziging van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening.  Dit voorstel van decreet heeft tot doel het voor de lokale overheden mogelijk te maken dat zij bij hun stedenbouwkundig beleid en vergunningenbeleid ook op architecturaal vlak rekening zouden kunnen houden met het culturele karakter van een gemeente, stad of streek. Concreet maakt het decreet het voor de lokale besturen mogelijk om bv. de inplanting van een moskee of islamitische gebedsruimte tegen te houden wanneer de vormgeving hiervan niet in harmonie is met het cultuurhistorisch patrimonium van de omgeving.

Filip Dewinter wil het concreet mogelijk maken om het begrip  ‘ruimtelijke draagkracht’ aan te wenden als bescherming voor het aanwezige cultureel patrimonium dat immers beeldbepalend element kan zijn voor de culturele eigenheid van een wijk, gemeente, stad of streek.

Een dergelijke decreetswijziging is nodig. We merken immers dat in onze Vlaamse steden en gemeenten steeds meer en steeds grotere moskeeën worden gebouwd. Het overgrote deel van deze nieuwbouwmoskeeën zijn gebouwd volgens een Oosterse/Moorse bouwstijl, vaak met minaretten, een bouwstijl die haaks staat op ons eigen Vlaamse, Europese, culturele patrimonium. Weliswaar bevat onze wetgeving nu reeds bepaalde instrumenten ter bescherming van het culturele bouwkundige erfgoed – monumenten, landschappen, stads- en dorpsgezichten – maar die beschermen slechts bepaalde gebouwen en/of een zeer specifieke zone binnen een woongebied en niet het ganse woongebied als dusdanig.

Filip Dewinter haalde zijn inspiratie voor dit decreet bij de Landesregierung van de Oostenrijkse deelstaat Karinthië. Een meerderheid in de Karintische Landstag gaf immers opdracht aan de Landesregierung om een wijziging in de wetgeving rond ruimtelijke ordening door te voeren waarbij de lokale besturen de mogelijkheid zouden krijgen in hun beleid rond ruimtelijke ordening vergunningsaanvragen ook vanuit het oogpunt van het cultureel patrimonium te beoordelen.

 


Kernwoorden: , , , , , ,