FDW in P-Magazine : “Ik ben bang van de islam maar ik wil wel naar Mekka”

gepubliceerd op 08 mei 2014 om 13:48

Interview met FDW in P-magazine 

Met 26 jaar ervaring in het Vlaams Parlement kent Filip Dewinter het klappen van de politieke zweep beter dan menig concurrent op 25 mei.  Toch worden deze verkiezingen anders voor de Antwerpse Vlaams Belanglijsttrekker : voor het eerst in jaren vecht zijn partij voor haar voortbestaan.  Maar Dewinter deinst niet terug voor de uitdaging.  “Ik wil al lang eens skydiven!”

 

In de meest recente peiling van De Standaard en de VRT (25 april) moest het Vlaams Belang van Filip Dewinter (51) nog een flinke klap incasseren : met 6,8% glijdt de partij af richting kiesdrempel.  Maar de prijzen worden aan de meet uitgedeeld, is het devies op het Vlaams Belang-hoofdkwartier in Antwerpen.  Intussen toert Dewinter met zijn indrukwekkende campagne-Hummer door Antwerpen en grijpt hij met twee programmaspeerpunten terug naar de roots van het Vlaams Blok : minder vreemdelingen en meer Vlaanderen.  “Ooit zal het wel lukken, zeker ?”

 

Hoe lang kan u nog wachten op een onafhankelijk Vlaanderen?

DEWINTER: “De Vlaamse Beweging wacht nu al meer dan 180 jaar, dus er kan wel nog een paar jaar bij. Maar vroeg of laat zal het gebeuren, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Volgens mij is Koning Filip de laatste koning der Belgen. Mocht N-VA wat meer haar op de tanden hebben, zou het misschien na 25 mei al prijs kunnen zijn. Dan roepen we gewoon de Vlaamse onafhankelijkheid uit in het Vlaams Parlement. Maar jammer genoeg is de N-VA intussen verveld van een onafhankelijkheidspartij tot een machtspartij die pleit voor het confederalisme.”

 

N-VA volgt daarin wel de kiezer: die is wel te porren voor een confederaal België, maar wijst een onafhankelijk Vlaanderen af.

DEWINTER: “Nu en dan moet een partij de kiezer niet volgen, maar leiden. Natuurlijk hebben de Vlamingen koudwatervrees voor die onafhankelijkheid, maar dat is omdat de media en de Belgicistische partijen het voorstellen alsof die onafhankelijkheid iets wordt met veel problemen, ambras en wapengekletter. Dat hoeft helemaal niet: bij de splitsing van Tsjechië en Slovakije is alles in peis en vree verlopen. Zo zou het ook bij ons kunnen.”

 

Supportert u ook niet een klein beetje voor Bart De Wever? Hij beleeft momenteel uw droom: hij leidt de grootste partij van Vlaanderen, en komt misschien wel dichter bij een onafhankelijk Vlaanderen dan u ooit geweest bent.

DEWINTER: “Ik ben misschien wel een beetje jaloers – het is nogal evident dat ik liever op zijn stoel zou zitten – maar supporteren? Neen. Omdat ik vrees dat veel kiezers bedrogen gaan uitkomen. N-VA is een partij van net niet: bij de vorige verkiezingen gaf hij het premierschap cadeau aan Di Rupo en in Antwerpen liet hij ook de kans liggen om echt voor verandering te zorgen door een rechtse coalitie te sluiten met het Vlaams Belang. Zo blijf je natuurlijk in het sukkelstraatje.”

 

Hij schopte het toch maar mooi tot Antwerps burgemeester. Die droom lijkt voor u, nu uw partij rond de 7% draait in de peilingen, verder weg dan ooit.

DEWINTER: “Men is dat blijkbaar vergeten, maar ik had op basis van mijn stemmenaantal in 2000 en 2006 evenveel recht als Bart De Wever om het burgemeesterschap op te eisen. Het cordon sanitaire heeft daar een stokje voor gestoken, maar ik vind mijn hoop om ooit burgemeester te worden nog steeds terecht en legitiem. Ook al zijn we nu misschien maar een partij van 10% in Antwerpen: morgen kan dat helemaal anders zijn. En hoop doet leven.”

 

Toch is het contrast met Nederland en Frankrijk groot. Terwijl Geert Wilders en Marine Le Pen daar hoge ogen gooien, implodeerde het Vlaams Belang hier op 10 jaar tijd van 24% naar 7%. Waaraan ligt dat verschil?

DEWINTER: “Toen Nicolas Sarkozy de nieuwe messias van rechts leek en alle stemmen kannibaliseerde, zakte Le Pen zelfs naar vier procent. Bij ons gebeurt hetzelfde met de copycats van N-VA. Kijk, de rechtse kiezer wil ook zijn partij aan de macht zien komen. Dat neem ik hen zelfs niet kwalijk, en dan is het aan mij om aan te tonen dat het origineel beter is dan de kopie. Die kiezers komen wel terug, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Maar dat heeft tijd nodig.”

 

U spiegelt zich graag aan het succes van Geert Wilders, maar zijn ‘minder Marokkanen’-eis blijft wel opvallend afwezig in uw bucketlist. U had nochtans uitgenodigd die uitspraak op een VB-congres te herhalen.

DEWINTER: ” Absoluut. Want wat is daar nu eigenlijk problematisch? Hier op straat ga je nauwelijks iemand vinden die meer Marokkanen wil – of ze zouden zelf vreemdeling moeten zijn.”

 

Niemand zou vallen over ‘minder criminelen’, maar met ‘minder Marokkanen’ gaat het over een hele bevolkingsgroep. Dat is toch gewoon racisme?

DEWINTER: “Dat is natuurlijk het gevaar van een oneliner – men zoekt daar veel meer achter dan Wilders bedoelde. Men heeft die uitspraak zó opgeblazen, terwijl daar naar mijn bescheiden mening niets wereldschokkend aan is.”

 

Waarom heeft u die uitspraak dan niet zelf herhaald op het congres? Durfde u het niet aan?

DEWINTER: “Ik ga akkoord met Wilders, maar ik ben geen kloon, hé. Ik heb mijn eigen interpretatie, dus ik spreek liever over ‘minder vreemdelingen’ dan over ‘minder Marokkanen.’ Want waarom dan niet minder Turken, of Albanezen? Zo is het tenminste duidelijk.”

 

U wil alleszins zelf uw steentje bijdragen: u wil Dyab Abou Jahjah en Sharia 4 Belgium-kopstuk Fouad Belkacem graag persoonlijk repatriëren. Is dat ook waarom ‘leren zweefvliegen en skydiver’ op uw bucketlist staat?

DEWINTER: “Neen, dat soort extreme kicks zijn gewoon jongensdromen. (filosofisch) Het moet fantastisch zijn om door de wolken te klieven. Met zweefvliegen en skydiven – wat ook op mijn lijstje staat – kom je het dichtst bij iets wat voor de mens normaalgezien onbereikbaar is: de vrijheid van een vogel.”

 

“Maar wat dat repatriëren betreft: ik heb dat voorbeeld genomen omdat ik vind dat die twee figuren beter dan wie ook belichamen hoe de integratie volkomen fout is gelopen, en hoe we hier allerlei bewegingen hebben binnengehaald met een buitenlandse agenda die hier bij ons zelf de wetten komen stellen.”

 

U kan die twee toch niet over dezelfde kam scheren?

DEWINTER:  “Neen, maar dat doe ik ook niet. Abou Jahjah is geen radicale islamextremist zoals Belkacem, maar een Arabisch extremist, die hier keet moet komen schoppen in opdracht van Hezbollah. Punt.”

 

Komaan: Abou Jahjah drinkt alcohol, spreekt Nederlands, en zijn vrouw draagt geen hoofddoek. Hij heeft zelfs een column in De Standaard – veel beter kan je niet geïntegreerd zijn.

DEWINTER: “Het gaat mij helemaal niet om die uiterlijke kenmerken van integratie. (op dreef) Fouad Belkacem is hier geboren en getogen, en spreekt zelfs perfect Antwerps. Maar gaan we nu beweren dat hij perfect geïntegreerd is? Natuurlijk niet! Het is niet omdat een Bosjesman uit de woestijn van Namibië of Zuid-Afrika Nederlands leert, dat hij plots een volmaakte Vlaming is, hé. We moeten mannen als Belkacem durven vragen waar hun loyaliteit ligt: bij de Vlaamse waarden, of bij radicale islam van Al Qaeda. Wie voor dat laatste kiest, verzaakt zijn recht om over onze nationaliteit te beschikken. We moeten nu en dan een streep in het zand trekken, dat doen we veel te weinig.”

 

Misschien kan u met dat zweefvliegtuig zelfs naar Mekka vliegen: de heilige stad van de islam staat ook op uw lijstje.

DEWINTER: “Ik heb dan wel heel veel schrik van de islam, maar ik ben er ook altijd door gefascineerd. Daarom wou ik graag Mekka zien, maar helaas kan dat niet: enkel moslims mogen Mekka bezoeken. Dat toont onmiddellijk aan hoe sektair en totalitair die islam in elkaar zit. Die heilige steen Kaäba is nochtans niet veel meer dan een meteoriet hé. Ik heb nooit begrepen wat ze daar zo wereldschokkend aan vinden. Maar goed, er zijn wel meer godsdiensten met rare kronkels. Binnenkort komen de sleutels van de Kaäba trouwens naar het MAS. Ik vind dat geen goed idee, omdat je de islam daarmee normaliseert en banaliseert.”

 

Volgens Antwerps CD&V-schepen Philip Heylen vraagt u daarmee eigenlijk om censuur.

DEWINTER: “Maar neen. Die veel te grote tolerantie is onze achillespees geworden in het Westen. De islam profiteert daarvan: de moslims lachen ons in ons gezicht uit. We zijn zo naïef: we geven hen alle faciliteiten, en hun enige doel is zo snel mogelijk de macht overnemen. Echt waar: de islam is ondemocratisch, totalitair en sektair – en dat is meteen ook de belangrijkste reden waarom de integratie van moslims in de praktijk quasi onmogelijk is. Want waarom lukt het wel met de gemiddelde Aziaat of Zuid-Amerikaan? Dat heeft natuurlijk met die godsdienst te maken.”

 

Niet noodzakelijk: u zat onlangs nog in de wagen met ‘Bear Grills van Antwaarpe’ – een devoot moslim, en toch goed geïntegreerd.

DEWINTER: “Ik weet dat er heel veel culturele, gematigde moslims zijn. Maar de islam zelf is een radicale ideologie. Daarom zeg ik ook: stop met de erkenning van de islam, geef ze geen subsidies meer, erken de moskeeën niet. Want zo’n moskee is een anti-integratiefabriek die maar één doel heeft: de moslims opzetten tegen onze samenleving.”

 

Gelooft u werkelijk dat er een groots plan achter zit?

DEWINTER: “Absoluut. Islam in Europa, ça ne marche pas. Dat blijkt duidelijk uit de geschiedenis van Europa: de islam is onze grootste vijand, en zal dat in de toekomst ook blijven. We hebben de moslims al twee, drie keer met doorslaggevende argumenten van ons grondgebied moeten verjagen. En ik stel vast dat de derde islamitische invasie, deze keer niet met het kromzwaard, maar met demografische middelen wordt uitgevochten: door immigratie en voortplanting.”

 

U bent alleszins niet vies van een controversieel reisje meer of minder. Zo trok u onlangs naar Syrië. Is die president Bashar Al-Assad een toffe peer?

DEWINTER: “Ik heb Assad zelf niet ontmoet – hoewel ik daar de kans toe had. Ik heb dat beleefd geweigerd, omdat ik vond dat ik anders niet meer objectief mijn verhaal zou kunnen brengen. Maar ik kan niet ontkennen dat als ik moet kiezen tussen de twee kampen in Syrië, ik liever voor Assad kies dan voor het Vrije Syrische leger dat in handen is van Al-Quaida. Want men vergeet in dit hele dossier dat Syrië een seculier land was met de hoogste scholingsgraad van heel het Midden-Oosten, met pluralisme, met gratis gezondheidszorg…”

 

En een leider die saringas inzette tegen zijn bevolking.

DEWINTER: “En toch is Syrië beter af met Assad dan met het zootje ongeregeld dat nu probeert het land in te palmen. Met steun van het Westen dan nog! (zucht) Wij steunen altijd de verkeerde bondgenoten in dat soort gebieden.”

 

“Daaraan zie je ook waar de loyaliteiten van sommige wereldleiders liggen, hé. Zeker tegenover de VS sta ik steeds kritischer, nu ze onder leiding staan van Barack (benadrukt) Hoessein Obama. Want laten we wel wezen: die is als moslim opgevoed, en dat zie je aan zijn politiek beleid, aan zijn bondgenoten zoals Saoedi-Arabië, Oman en Qatar, waar de radicale islam heerst en vrouwen niet eens met de wagen mogen rijden. Ik wantrouw die man. Geef mij dan maar Vladimir Poetin: een sterke, kordate leider die ook de belangen van zijn land voorop stelt wanneer het gaat over de islam, massaimmigratie en dergelijke. Hij neemt geen blad voor de mond, integendeel. Sommige Europese leiders zouden nu en dan wel eens een voorbeeld aan Poetin kunnen nemen.”

 

Nu we toch bezig zijn: is er nog een wereldleider die u graag zou ontmoeten?

DEWINTER: (denkt na) “Helaas is dat niet mogelijk, maar ik ben een grote bewonderaar van Napoleon. Een visionair leider op alle vlak: militair, politiek, visionair. Ik zou hem graag willen vragen waarom hij denkt dat hij de slag bij Waterloo verloren heeft. Ik heb daar nu al zoveel boeken over gelezen, en ik begrijp nog altijd niet hoe hij daar zoveel militaire vergissingen kon begaan. Misschien was hij ziek, of was hij niet in vorm, of wist hij dat zijn rijk weldra uit zou zijn… En ik zou hem ook vragen of hij niet liever in Waterloo zou gesneuveld zijn. Ik denk van wel. Als je leger ten onder gaat, ga je mee ten onder.”

 

En wat als 25 mei uw eigen Waterloo wordt? Zet u dan ook een stap opzij?

DEWINTER: “Als dat gebeurt, ga je samen met de troepen ten onder. Ik heb na de nederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen al een stap terug gezet (Dewinter stond het fractieleiderschap in het Vlaams parlement af, red.), en dat was een bittere pil. Maar ik ben strijdbaar. Het zal geen grote overwinning worden, maar boven de tien procent blijven behoort tot de mogelijkheden. En daar werken we vol enthousiasme naartoe.”