Debat Staatshervorming

gepubliceerd op 12 september 2007 om 15:47

Mijnheer de minister-president,
Collega’s,
“Bye bye Belgium” was de titel van de docufictiereportage van de RTBF die nauwelijks een jaar geleden heel wat ophef veroorzaakte.  Het ziet ernaar uit dat het scenario van “bye bye Belgium” wel eens realiteit zou worden.  De Belgische politieke crisis duurt nu al 92 dagen en een oplossing blijkt niet binnen handbereik.

Mijnheer de minister-president,
Collega’s,

Ik kan niet ontkennen dat de voorbije dagen hoogdagen waren voor de voorstanders van Vlaamse onafhankelijkheid.  Iedere dag opnieuw bewijst het Belgische federale systeem zijn onwerkbaarheid; iedere dag opnieuw zorgt de Belgische politieke chaos er voor dat duizenden Vlamingen overtuigd worden van het feit dat een onafhankelijke Vlaamse staat het enige alternatief betekent voor de Belgische knoeiboel.  Het Waalse “non” op een aantal terechte Vlaamse – en overigens minimalistische – verzuchtingen en voorstellen is uiteraard de rechtstreekse aanleiding voor deze crisis maar er is meer aan de hand.  Wat we vandaag meemaken is de doodstrijd van de terminaal zieke patiënt België genaamd.  Het wordt meer dan tijd om euthanasie toe te passen !

Mijnheer de minister-president,

Na vele weken van stilzwijgen hebt u zich de jongste dagen schoorvoetend in het debat gemengd.  U hebt gepleit voor een zogenaamde “copernicaanse omwenteling”; u stelde dat eerst het einddoel van de opeenvolgende staatshervormingen moet bepaald worden vooraleer een nieuwe - zoveelste staatshervorming  - aan te vatten. Men zou m.a.w. eerst moeten bepalen wat men nog samen wil doen. Mag ik opmerken dat Minister De Gucht de dag na uw interview in Het Nieuwsblad liet optekenen dat hij niet in uw strategie geloofde :  “Eigenlijk verwijst hij naar grondwetsartikel 35 (dat zegt dat alle bevoegdheden bij de deelstaten liggen, tenzij ze uitdrukkelijk aan het federale niveau zijn toegewezen). Ik geloof daar niet in. Het is niet werkbaar. De staatshervorming is iets dat evolueert. In de politiek pak je niets definitief aan. Dat is maar goed ook. Beeld u eens in dat de politiek dingen voor de eeuwigheid vastlegt. Bovendien ligt Peeters’ einddoel voor de Belgische federatie niet bepaald voor de hand. Het staat haaks op de Franstalige uitgangspunten. Als je over de splitsing van Buitenlandse Zaken wil onderhandelen, dan denken de Franstaligen dat ze met Marsbewoners te maken hebben. Voor de staatshervorming hebben we nood aan een pragmatische aanpak. Op dit moment zijn de politieke voorwaarden niet vervuld om een grote staatshervorming te beginnen. Dat vertelde ik vóór de verkiezingen al. Het zal al moeilijk genoeg zijn om op een aantal praktische domeinen een hervorming door te voeren waarbij de meerwaarde voor de verschillende regio’s onmiddellijk aantoonbaar is.”. (Het Nieuwsblad, 01.09.2007)

 U stelde tevens in verschillende interviews dat de resoluties van het Vlaams parlement van 3 maart 1999 voor de Vlaamse regering de “toetssteen” en het “beoordelingskader” blijven vormen voor de communautaire onderhandelingen op federaal vlak.  Mag ik overigens ook nogmaals – voor alle duidelijkheid – het Vlaams regeerakkoord van 22 juli 2004 , pag. 8  citeren : “de Vlaamse regeringspartijen engageren zich uitdrukkelijk om alles in het werk te stellen om de bekende resoluties van het Vlaams parlement van 3 maart 1999 zoals die recent werden geactualiseerd op korte termijn te realiseren.” 
Concreet gaan de Vlaamse regeringspartijen voor:
1/ volledig Vlaamse  bevoegdheden voor gezondheidszorg en gezinsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, telecommunicatie, en het wetenschap- en technologiebeleid.
2/ meer fiscale en financiële autonomie;
3/ volledige constitutieve autonomie;
4/ overheveling van de spoorwegeninfrastructuur en de exploitatie ervan;
5/ een objectieve en doorzichtiger solidariteit met de deelstaten;
6/ homogene bevoegdheidspakketten.

Bovendien wordt dit alles op p.83 van het regeerakkoord nog eens verder geconcretiseerd in het hoofdstuk XVI  Méér Vlaanderen, vooral dan m.b.t. de homogene bevoegdheidspakketten.

Mag ik eerst en vooral opmerken dat het lijstje met de te realiseren communautaire Vlaamse voorstellen van gewezen formateur Leterme op geen enkel moment in overeenstemming was met de afspraken die terzake in het Vlaams regeerakkoord waren gemaakt.  Het communautaire lijstje van ex-formateur Leterme was ronduit pover en minimalistisch. Het was de CD&V-jongerenvoorzitter Bert De Brabandere die hierover in de pers (DS, 02.08.2007) terecht stelde:  “Deze formateursnota is een communautair borrelnootje, wij willen een hoofdgerecht. CD&V moet zijn kiezers in 2009 nog recht in de ogen kunnen kijken.”.

U gaat in uw interviews van de voorbije weken ,mijnheer de minister-president, veel verder dan ex-formateur Leterme.

In hoeverre u in deze interviews uit eigen naam sprak of namens de regering en de partijen vertegenwoordigd in de regering is volstrekt onduidelijk. Ik noteer de uitspraak van federaal onderhandelaar Karel De Gucht die zei dat: “…”.
U wil een “copernicaanse omwenteling” waarbij de deelstaten het grootst mogelijk soortelijk gewicht krijgen en  waarbij het federale niveau zich dienstbaar moet opstellen ten aanzien van de deelstaten.  U zegt terecht dat de staatshervorming naar een finaliteit moet leiden en dat het erg belangrijk is dat we voor eens en voor altijd uitklaren wat we nog samen willen doen ook het federale niveau.  Nochtans valt het mij op, mijnheer de minister-president dat u o.a. in uw interview met De Standaard van 31 augustus jl. al verregaande toegevingen doet en bepaalde eisen vervat in de Vlaamse resoluties overboord gooit.  In het De Standaardinterview zegt u dat : “de sokkel van de personen- en vennootschapsbelasting moet federaal blijven  met de mogelijkheid voor de regio’s om kortingen te geven.”  In de Vlaamse resolutie over de uitbouw van de financiële en fiscale autonomie staat echter letterlijk : “de fiscale autonomie van de deelstaten dient in de eerste plaats versterkt via de volledige overdracht van de bevoegdheid inzake de personenbelasting”.  Over de overheveling van bevoegdheden omtrent het gezin- en gezondheidsbeleid, over de regionalisering van het werkgelegenheid- en arbeidsmarktbeleid, over de overheveling van de bevoegdheden inzake buitenlandse handel en ontwikkelingshulp horen we van u nauwelijks nog iets.

In de resolutie betreffende het tot stand brengen van meer coherente bevoegdheidspakketten staat nochtans letterlijk :  “de normerings-, uitvoerings- en financieringsbevoegdheid betreffende het volledige gezondheids- en gezinsbeleid moeten integraal naar de deelstaten worden overgeheveld, dus onder meer met inbegrip van de gezondheidszorgverzekering en de gezinsbijslagen”.
Het is bovendien overduidelijk dat de miljardentransfers naar Wallonië en Brussel in het kader van de sociale zekerheid niet langer worden in vraag gesteld door het kartel CD&V-N-VA en dit onder het mom van het absolute behoud van de  “interpersonele solidariteit” !

Erger nog dan de bescheiden bocht die de minister-president neemt is het minimalistische lijstje van communautaire verzuchtingen waarmee u naar de onderhandelingstafel trok en dat een bijzonder flauw afkooksel van de Vlaamse resolutie was. Niemand minder dan “Madame Non” Joëlle Milquet bevestigde op 4 september jl. in een interview met “Humo” dat heel wat van de Vlaamse eisen vervat in de resoluties van 1999 in de prullenbak werden gegooid tijdens de voorbije onderhandelingen.  Ik citeer Milquet: “Vergeleken met hun eisen van 1999 hebben ze in ieder geval al een inspanning gedaan.  De regionalisering van de sociale zekerheid en van de arbeidsmarkt staan bijvoorbeeld niet meer op hun verlanglijstje.  Laten we zeggen dat ze 40 % van hun eisen hebben opgegeven.”

Mijnheer minister-president,

Ik verwacht vandaag van u, maar ook van de verschillende fractieleiders van de Vlaamse partijen, een duidelijk engagement dat de partijen die u vertegenwoordigt en de regering die u vertegenwoordigt naar aanleiding van de federale onderhandelingen de onverkorte en geactualiseerde resoluties van 1999 niet alleen als uitgangspunt voor de besprekingen maar ook als breekpuntenprogramma naar voren zou schuiven. De Vlaamse resoluties, zijn te nemen of te laten.  Daar kan niet, daar mag niet, over gemarchandeerd of over onderhandeld worden.

Mijnheer de minister-president,

Ik betreur zeer dat u het alternatief van een onafhankelijke Vlaamse staat bij voorbaat uitsluit.  Terwijl op zijn minst de optie van Vlaamse onafhankelijkheid niet uit te sluiten is, bezorgen  we onszelf aan de onderhandelingstafel een groot tactisch voordeel; terwijl ondertussen gemiddeld tussen 40 en 50 % van de Vlamingen openlijk in allerlei opiniepeilingen voor Vlaamse onafhankelijkheid kiest; terwijl de Vlaamse onafhankelijkheid als stok achter de deur iedere Waalse chantagepoging bij voorbaat neutraliseert, weigert de Vlaamse  regering om buiten het federale Belgische kader te treden.
“Op mijn bureau ligt alvast geen draaiboek met een plan B voor Vlaamse onafhankelijkheid klaar”, zegt u in een interview (DS – 31/08/07).
Nochtans is het dringend tijd voor een plan B,  de 3 B’s van “bye bye Belgium”!
Mag ik terzake professor Paul van Orshoven citeren uit Knack van  22 augustus 2007 :  “ Er komt een moment waarop de bestaande wettelijke regelgeving er niet meer toe doet.  Ik denk dat steeds meer verstandige mensen er rekening mee houden dat Vlaanderen finaal kan besluiten uit België te stappen, zonder dat er daarvoor de wettelijke vereiste 2/3 meerderheid dient worden gezocht. Het niet kan blijven duren dat een kleine minderheid de legitieme en democratische aspiraties van de meerderheid aan haar laars lapt.  Ook Tsjechië en Slovakijë zijn uiteen gegaan op een manier waarin de grondwet niet was voorzien.”

Mijnheer minister-president,
De Vlaamse regering en het Vlaams parlement moeten terzake hun verantwoordelijkheid durven nemen. Durf te kiezen voor een asymmetrische staatshervorming naar Catalaans model waarbij we als Vlaamse parlement zelf een autonomiestatuut vastleggen op basis van de geactualiseerde resoluties van 1999. Een dergelijk autonomiestatuut kan dan aan de bevolking bij referendum voorgelegd worden. Terzake citeer ik opnieuw professor Van Orshoven: “Het is geoorloofd, om in weerwil van de bestaande grondwet met een eenvoudige meerderheid van Nederlandstalige in Kamer en Senaat om uit te stappen. Legitimiteit hiervoor kan worden ontleend aan het bestaan van een brede consensus van de Vlaamse bevolking en haar politieke leiders dat het anders moet.”   
Wanneer de Waalse of Belgische overheden zich niet akkoord verklaren met dit autonomiestatuut dan moeten we niet aarzelen om uit de Belgische federale structuren stappen, onze eigen weg te gaan en durven kiezen voor een eigen Vlaamse staat.

Mag ik tot slot het deze week gepubliceerde editoriaal van het gezaghebbende tijdschrift “The Economist” citeren : “Soms is het voor een land beter om te erkennen dat zijn werk erop zit. België is een aberratie van de natuur geworden, een staat waarin de machtsuitoefening zo is afgegleden dat het regeringsbeleid zich in een absurd vacuum afspeelt.
Met andere woorden, Belgïe heeft zijn betekenis en tijd gehad, het is nu tijd voor een zachte scheiding.”

Mijnheer de minister-president,

Ik reken minimaal op de herbevestiging van de geactualiseerde Vlaamse resoluties van 1999 als uitgangspunt, als toetssteen maar vooral als breekpunt voor verdere communautaire onderhandelingen.
Ik reken op 5 minuten politieke moed om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen met een Vlaamse meerderheid en de federale Kamer. Ik reken op uw verantwoordelijkheidszin en staatsmanschap om desnoods zelf de toekomst van Vlaanderen in eigen handen te nemen. Niet meer bedelen en smeken maar handelen, een eigen Vlaams autonomisch statuut op te stellen en voor te leggen via referendum aan de Vlaamse bevolking. U hebt de historische taak om van ons volk een natie te maken en een eigen Vlaamse staat te schenken!

 


Kernwoorden: , , , , ,